De Kilimanjaro beklimmen staat bij vele avonturiers wel ergens op een to do-list geschreven. Maar tussen droom en werkelijkheid liggen verschillende obstakels zoals een goede voorbereiding, liters zweet en koude temperaturen. Om te ontdekken hoe de beklimming van deze iconische berg er écht aan toe gaat, gingen we in gesprek met onze CEO, Maarten. Hij trotseerde deze klim samen met collega Joost in juni 2025. In dit interview deelt hij zijn eerlijke ervaring en de realiteit over de voorbereiding, de route, de tocht naar de top en een terugblik.
Overweeg je zelf de stap te zetten, of ben je gewoon benieuwd hoe diep je moet gaan voor dat uitzicht boven de wolken? Lees dan snel verder.
Bo
/
30 Jun 2026

Altijd is een groot woord. Ik ben me er heel mijn leven bewust van geweest dat het mogelijk was om die berg te beklimmen. Tijdens mijn Erasmusperiode heb ik samen met Joost een lijst gemaakt van dingen die we ooit wilden doen in ons leven, en daar stond de Kilimanjaro tussen. Later ben ik al twee keer in Tanzania geweest en had ik hem daar dus al zien liggen. Ik voelde dat het moment dichterbij kwam om het effectief te gaan doen. Ik had het dus zeker al vijftien jaar in mijn hoofd als mogelijkheid, maar pas toen het concreet werd en Joost zei dat het tijd was, ben ik het echt gaan opzoeken.
Eigenlijk niet. Ik was toen toevallig wel al met mijn vriendin Bo de GR 129 aan het wandelen, de langste wandelroute van België. Maar dat stond er onafhankelijk van. Ik heb daar wel mijn schoenen ingelopen voor de Kilimanjaro, maar ik heb niets specifieks gedaan qua voorbereiding. Ik loop ook wel een beetje, maar ik heb mijn loopschema of het aantal kilometers dat ik wandel niet speciaal aangepast. Achteraf gezien heb ik daar ook geen spijt van. Ik zou mijn algemene conditie als 'iets boven gemiddeld' omschrijven, al bleek achteraf wel dat ik de minste conditie had van de vier klimmers die mee waren.
Hoogteziekte, sowieso. Dat ik ziek zou worden op hoogte. Ik had veel opgezocht over extreme gevallen van hoogteziekte die jammer genoeg voorkomen als je niet goed geacclimatiseerd bent of te snel klimt. Gelukkig waren de routes daarop afgestemd en gaf ook de voorafgaande communicatie van de organisatie ons veel vertrouwen. Omdat ik graag met gadgets werk, hield ik ook constant mijn zuurstof saturatie in het oog tijdens de hike.
Daarnaast was ik bang dat ik niet mee zou kunnen met de groep, omdat ik met heel sportieve mensen meeging die allemaal al eens een marathon hadden gelopen. Ik nog nooit. Maar een marathonconditie bleek dus duidelijk geen vereiste te zijn. Als laatste had ik ook wat schrik voor de kou.
De klassieke route naar de Kilimanjaro is de Machame-route, die de meeste organisaties aanbieden. De Lemosho-route wordt nu ook frequenter gedaan en wij kozen hiervoor omdat deze beter zou zijn voor de acclimatisatie. Bovendien wilden we iets doen dat wat minder toeristisch en klassiek was.
Ik was heel blij met die keuze. Je steekt het Shira Plateau over en daar zie je vanaf dag twee de Kilimanjaro al liggen, zeker in de ochtend als de wolken weg zijn. Je wandelt er eigenlijk eerst helemaal omheen voordat je hem beklimt. Dat zorgde voor een hele leuke anticipatie: de berg werd elke dag groter en groter.
Het is geweldig om het landschap dag per dag te zien evolueren. De eerste dagen zaten we nog met aapjes in ons tentenkamp en moesten we opletten dat ze het eten niet uit onze tenten kwamen stelen. De laatste nachten was er geen plantje meer te bespeuren; het waren alleen nog maar rotsen en sneeuw. Zo'n grote diversiteit op die korte tijd is crazy. Je komt ook de unieke flora van het hooggebergte tegen en op het Shira Plateau zagen we zelfs een soort hertjes lopen.
De Barranco Wall is inderdaad een steiler, technischer stuk waar je met je dagrugzak echt even moet klauteren. Soms moet je je handen gebruiken en op twee of drie stukken moesten we elkaar even omhoog trekken. Maar de gidsen tonen heel nauwkeurig waar je je voeten en handen moet zetten. Bovendien klimmen die porters daar ook overheen met gigantische zakken en tenten op hun hoofd. Ik heb me er nooit onveilig gevoeld. Als je last hebt van hoogtevrees dan is het wel spannend, maar er was weinig echt valgevaar. Niks om schrik voor te hebben.
Het handige is dat je vrij veel kleren kunt meenemen omdat je met dragers (porters) reist. Zelf draag je overdag alleen een klein dagrugzakje met water, snacks, zonnecrème en een extra laagje. Je grote rugzak met je slaapzak wordt door de porters gedragen.
Wat betreft de kledij: laagjes zijn echt de regel. Je begint in de tropische warmte en eindigt in de vrieskou. Goede, ingelopen wandelschoenen en degelijke 'gaiters' zijn ook onmisbaar. Het enige waar we ons echt op verkeken hebben op voorhand, was de wind op de top. Zelfs met hele dikke handschoenen aan waren onze handen gedurende een uur of twee super, super koud. Onderschat die ijzige wind op de grotere hoogte echt niet: goede winddichte lagen en kwalitatieve wanten zijn een absolute must.
We waren met vier klimmers en een lokaal Tanzaniaans team van zo'n achttien mensen. Dat bestond uit een hoofdgids, een tweede gids, een hoofdkok, een bijkok en een 'server' (de ober die het eten brengt). De rest waren porters. Zij droegen al onze persoonlijke bagage, de tenten en al het eten voor de hele week. Er waren ook twee 'Summit Porters' mee. Dat zijn speciale dragers die meegaan naar de top en eventueel je dagrugzak kunnen overnemen als het even teveel wordt.
Het eten! Dat was echt superlekker. Ik was vooraf bang dat het eentonig zou zijn, maar het viel reuze mee. Er was altijd soep, thee en veel tussentijdse snacks. Het ontbijt was heel uitgebreid: pannenkoeken, eitjes, brood, worstjes, fruit en muesli. Ze gaven ons ook constant thee en soep. Dat doen ze bewust om ervoor te zorgen dat je goed hydrateert tegen de hoogteziekte.
Heel chill! Telkens wanneer je na een wandeling aankomt bij het kamp, word je zingend verwelkomd door de porters en gidsen om te vieren dat je er bent. Dat doet echt deugd als je moe bent. Je thee staat klaar en ook je matje is al klaar gelegd. Het is eigenlijk "luxe" in die omstandigheden: ze dragen zelfs tafels en stoelen mee zodat je comfortabel kunt eten.
Omdat wij met ons vieren snelle wandelaars waren en de afstanden vaak maar 10 tot 15 kilometer (het doel is acclimatiseren, niet snel wandelen), kwamen we vaak al na de middag aan. Op die manier hadden we veel 'me-time': een boek lezen, podcasts luisteren of samen kaartspelletjes spelen in de tent.
Er is geen lopend water en er zijn geen douches. Als je toekomt, krijg je een klein kommetje warm water om je te wassen. Het was vaak erg koud, dus veel meer dan even snel je oksels opfrissen met een wegwerp washandje zat er niet in.
Wat betreft het toilet: normaal is dat een openbaar Frans toilet (een gat in de vloer) waar het hele kamp naartoe moet. Dit zullen we niet gebruiken voor de Mundero reizen. Voor het comfort en de hygiëne van de groep huren we daarom een extra porter in die de hele tocht een privé draagbaar toilet zal meenemen voor de groep.

Je bereidt je de dag ervoor al voor door vroeg te eten en te proberen te slapen. Nou ja, slapen... Ik heb denk ik twee uur geslapen. De meeste groepen staan rond middernacht op, maar omdat ons tempo hoog lag stonden wij pas om twee uur 's nachts op. Je wil namelijk precies met zonsopgang op de top staan; als je er te vroeg bent is het te koud om te wachten, en te laat heb je kans op wolken die je uitzicht verpesten.
Toen we vertrokken, zat ik eigenlijk meteen in een diep dal. We startten op 4900 meter en die eerste 300 hoogtemeters had ik het heel lastig. Mijn lichaam ging direct in overdrive met een super hoge hartslag en een snelle ademhaling. Ik kon het tempo van de groep niet volgen. Gelukkig nam een van de gidsen mijn rugzak over en liep ik helemaal vooraan zodat iedereen zich daarna aan mijn tempo aanpaste.
Door heel bewust op mijn ademhaling te letten en stapje voor stapje te zetten, vond ik na een paar uur gelukkig mijn tweede adem. Het klaarde ook helemaal op: we zagen de lichtjes van het stadje Moshi diep in het dal liggen en er was een prachtige sterrenhemel. Het was magisch, ondanks de snijdende, ijzige wind.
Denk niet te veel na over wat er nog moet komen. Focus je puur op de volgende stap. Blijf echt in het nu. Elke 100 hoogtemeters die je haalt, is een overwinning. Tijdens de Summit Night klim je zo'n 1100 hoogtemeters en dat gaat door de ijle lucht tergend traag. We zagen toen ook echt mensen die moesten omkeren vanwege hoogteziekte. Dat kan gebeuren, maar er is altijd een gids om met je terug te keren als dat nodig is.
Vlak voor de top bereik je een tussenstop (Stella Point) en dan weet je: het steilste deel zit erop. Vanaf daar is het nog zo'n 100 à 200 meter wandelen langs de gletsjers en is het puur genieten omdat je weet dat je het gaat halen. Dat eerste moment in de ochtendschemering was al super satisfying.
Eenmaal op Uhuru Peak, het allerhoogste punt van Afrika, was ik doodop maar intens voldaan. Ik ben van nature niet heel emotioneel bij mooie uitzichten, maar omdat ik zo ongelooflijk diep was gegaan, deed het me toch heel veel. We hebben elkaar met de bende stevig vastgepakt en ik heb toen wel een traantje weggepinkt.
Ik ben gelukkig niet echt ziek geweest. Maar de hoogte doet wel iets met je en dat merkt iedereen. Zodra je je tent uitkruipt of even naar het toilet wandelt, voel je dat elke kleine inspanning enorm veel moeite kost. Het is bijna lachwekkend: als je je omdraait in je bed ben je soms al buiten adem. Dat is heel confronterend als je dat niet gewend bent. Alles moet simpelweg trager. Het heerlijke was wel de terugkeer naar de normale hoogte; alsof je plotseling weer 'superkrachten' hebt omdat je terug alles op een normale manier kunt doen.
Laat het idee los dat je de top moet halen. Als je vertrekt met de instelling: 'Ik ga een zalige, uitdagende wandeling maken en ik zie wel hoe mijn lichaam reageert', dan geniet je er veel meer van. Je hebt de reactie van je lichaam op die hoogte simpelweg niet zelf in de hand. Jezelf dwingen en pushen is juist het gevaarlijkste wat je kunt doen. Zelfs topatleten moeten soms omkeren, terwijl een minder sportieve zestigjarige soms vlot bovenkomt.
Vraag jezelf af: zoek ik een échte uitdaging? Je doet dit niet per se voor een gezellig weekje vakantie, maar eerder om te ontdekken wat je mentaal en fysiek kunt presteren. Je leert je lichaam ontzettend goed kennen en zoekt je limieten op. Je ontdekt onderweg niet alleen de hoogste berg van Afrika, maar ook heel veel over jezelf. En dat is het ongetwijfeld meer dan waard.